‘Je moet niet te snel denken dat iemand aan één woord genoeg heeft’
Kai Kivit (35) is sinds 2019 directeur van het Limburgse familiebedrijf Kivit Group, gespecialiseerd in apparatenbouw, leidingwerk en staalconstructies. Vorig jaar nam hij ook de aandelen van zijn vader Gerrit over. Een gesprek over een generatiewisseling binnen een familiebedrijf, kennisoverdracht en meewerken bij de uitvoering van projecten. “Stiekem vindt iedereen het bij ons het leukst om zelf de boutenkar te pakken en mee te ‘rammelen’.”
Stond het vast dat je je vader zou opvolgen als directeur-eigenaar?
“Van kleins af aan haal ik dingen uit elkaar en zet ik ze weer in elkaar, om te ontdekken hoe de techniek in elkaar zit? Als klein mannetje zat ik ook al op de heftruck in de werkplaats. Toen ik 16 jaar was, kreeg ik mijn eerste contractje en hielp ik bij van alles mee. En ik heb bewust gekozen voor de brede studie technische bedrijfskunde. Daarna heb ik alle functies binnen het bedrijf wel gehad. Omdat ik zo vastberaden was en het een droom was om ooit eigenaar te worden, hebben mijn ouders het bedrijf nooit verkocht, maar juist geïnvesteerd.”
Wat hebben al die uren binnen het bedrijf je gebracht?
“Veel plezier. En mooie uitdagingen. We hebben turnarounds met zo’n korte doorlooptijd gerealiseerd, dat werd niet voor mogelijk gehouden. Door proactief veel voorwerk te doen, samen te werken en ons boerenverstand te gebruiken, hebben we een reputatie opgebouwd dat we elke ingewikkelde klus voor elkaar krijgen. Je kunt mij daar ook ’s nachts voor wakker maken: het gevoel dat we met het team iets realiseren dat andere bedrijven niet kunnen.”
Als die liefde zo diep zit, waarom ben je dan niet gewoon in de uitvoering blijven werken?
“Zeker in het begin liep ik ook weleens in die valkuil, om toch weer zelf projecten uit te voeren. Puur, omdat ik het leuk vond. Nu heb ik dat niet meer en ben ik vooral trots dat onze mensen het zelf doen.”
Het lukt beter om zaken los te laten?
“Ik ben een procesdenker en heb een hekel aan twee keer hetzelfde doen. Dus als ik een fout maak, bedenk ik zo snel mogelijk hoe ik iets beter kan doen. Dat geldt ook hiervoor. Neemt niet weg dat in het bedrijf nog steeds de cultuur zit, dat als er een spoedklus is, iedereen helpt bij de uitvoering. Dat is de liefde voor het vak die in het bedrijf en de familie zit. Eigenlijk vind iedereen die bij ons werkt, het stiekem het leukst om zelf de lastang en boutenkar te pakken en mee te ‘rammelen’. En als er in het weekend gewerkt moet worden, betrap je de mensen toch dat ze weer even meedoen. Dat is ook goed voor de teamspirit. En ik vind ook dat als je hier leidinggeeft, je minimaal één keer alles zelf gedaan moet hebben om mee te kunnen praten. Alleen moet dat meewerken natuurlijk niet de hoofdmoot zijn.”
Heeft dat meewerken ook te maken met een tekort aan personeel?
“Daar hebben wij gelukkig niet zo’n last van. We werken met een flexibele schil met mensen uit Kroatië. En in 2019 hebben we 55 mensen aangenomen, omdat we veel personeel nodig hadden. Sindsdien is de stroom goed op gang gebleven.”
55 mensen, dat is zo’n 25 procent van het personeelsbestand. Wat heeft dat gedaan met het bedrijf?
“We selecteren vooral op pro-activiteit en inzet, niet volledig op kennis en kunde. Ik geloof erin: waar een wil is, is een weg. Maar het heeft er wel toe geleid dat een tijdje onze basis manier van werken weg was. Een groot bedrijf heeft alle processen tot achter de komma uitgeschreven. Hier was de manier van werken door de jaren heen vooral gegroeid. Alleen was die kennis verwaterd doordat ervaren mensen met pensioen gingen.
“Toen we een keer flink ons hoofd stoten, ben ik nagegaan hoe ik het eigenlijk geleerd had. Hoe ben ik hier grootgebracht? Samen met anderen heb ik alles uitgeschreven. Ik heb daar bijvoorbeeld ook iemand bij gevraagd, die al diep in de 70 is en hier veertig jaar heeft gewerkt. Die vond dat hartstikke leuk. Zo hebben we een trainingsprogramma ontwikkeld met daarin alle weetjes van de firma. Hoe ga je met een klant om? Met meerwerk? Hoe bereid je je voor? We zijn nu terug waar we willen zijn.”
Wat heb je daarvan geleerd wat betreft kennisoverdracht?
“Dat je niet te snel moet denken dat iemand aan één woord genoeg heeft. De kracht zit in de herhaling. Vroeger was de cultuur in de sector dat als je iets twee keer vroeg, je een dommerik was. Maar ik heb liever dat je het tien keer vraagt en ik het tien keer uitleg. Het gaat erom dat de kennis overgedragen wordt, zodat het werk gezamenlijk makkelijker wordt. Ik heb er toch niks aan als ik alleen die kennis heb? Dan kom je ook op gelijkwaardigheid. Je doet het samen.
“Zoals we ook begin 2025 samen een visie hebben opgeschreven. Alle projectleiders, managers en directieleden waren daarbij betrokken, 28 mensen in totaal. Het hoogste doel is dat we de snelste, flexibelste, kwalitatiefste en lever-betrouwbaarste willen zijn. Of, zoals mijn vader altijd zegt: het beste jongetje van de klas. Vervolgens hebben we teams gemaakt en die zijn gaan uitwerken hoe we die stip op de horizon kunnen bereiken in 2030. Daar zijn 180 actiepunten uitgekomen, die we nu maandelijks opvolgen.”
Was dat ook een manier om het bedrijf naar je hand te zetten?
“In die veertig jaar is er natuurlijk een bepaalde cultuur ontstaan. Die begon ik sinds 2019 te veranderen. In het begin ging dat stroef. Voor sommigen was het te veel en ging het te snel. Maar sinds we samen die doelen hebben gesteld, gaat het snel. Dus het heeft zeker geholpen.”
Hoe is die bedrijfsoverdracht van je vader op jou verlopen?
“Omdat ik natuurlijk overal in het bedrijf heb gewerkt, zag ik veel. En dacht ik regelmatig: poeh, dit gaat niet goed. Daar lag ik ook best weleens wakker van. Maar ik besefte ook al snel dat we het thuis altijd goed hebben gehad. En dat mijn vader daarvoor zorgde. Dus moest ik vertrouwen in hem hebben. Maar ik heb het wel in mijn ‘rugzak’ gestopt en pak sommige dingen nu aan.
“En natuurlijk botsten we weleens toen ik in 2019 directeur werd. Het eerste jaar was hij ook nog veel aanwezig en deelden we een kantoor. Het liep een keer zo hoog op, dat we besloten om met Lei Ummels, oud-directeur van SPIE Nederland, een adviseur erbij te halen. Daarna is er meer wederzijds begrip gekomen. Mijn vader moest natuurlijk zijn bedrijf loslaten en beslissingen van mij accepteren. Dat had met de visie te maken. Maar ook met hele kleine, praktische dingen. Ik vind bijvoorbeeld dat de parkeerplaatsen voor de deur voor de klant moeten zijn, niet voor de directie. Dus toen hij op vakantie was, heb ik dat veranderd. Of neem de ingang. Lang hadden we een balie met een vrouw erachter. Die hebben we verbouwd en er een aanmeldzuil van gemaakt. Kwaad was-ie daarover. Het zijn kleine dingen, hè. Maar het geeft de gevoeligheid van zo’n proces aan.”
Wat heb je geleerd van je vader?
“Hij is heel goed in netwerken. Hij zegt altijd: het is beter om een kennis te hebben, dan dé kennis te hebben. Als we een probleem moeten oplossen, bel ik hem weleens. Een halfuur later heeft hij rondgebeld en een connectie gevonden die kan helpen. Zoals hij mij ook heeft geleerd om te vertrouwen op mijn onderbuikgevoel. Als ik ergens rondloop, voel ik snel of het goed of slecht gaat. De les is dan ook: zit niet op kantoor, maar loop rond. Een vliegende Kivit vangt altijd wat, zeggen we daarom hier.”
Heeft het eigenaarschap iets met jou gedaan? Heeft het je veranderd?
“Ik heb meer zorgen. Dat komt ook wel doordat de markt wat moeilijker is geworden. Maar voorheen kon ik makkelijker zeggen: deze investering moet gebeuren, dus we doen het gewoon. Nu voel ik meer de verantwoordelijkheid dat we toch bij 130 gezinnen plus alle leveranciers voor brood op de plank zorgen. Voor het eigenaarschap had ik dat niet. Op bepaalde momenten kan ik wel denken: shit, het is nu wel van mij.
Welke momenten zijn dat?
“Bij een positief resultaat merk je dat natuurlijk. Dat is de leuke kant van het verhaal. Maar na de overname van MCL Apparatenbouw hebben we een grote reorganisatie moeten doen, omdat het een verliesgevend bedrijf was. Zo’n ingrijpende periode wil ik nooit meer meemaken. Ik wil niet iemand van zijn brood beroven.”
Tot slot: vrij recent hebben een aantal werknemers voor het eest een training bij de VOMI Academie gevolgd. Welke toegevoegde waarde kan de VOMI Academie jullie bieden?
“De VOMI academie biedt diverse cursussen aan die goed aansluiten bij de opleidingsbehoefte van onze medewerkers. In 2025 hebben medewerkers de cursus Werkvoorbereiding gevolgd en zij waren erg positief over zowel de inhoud als de organisatie. En het feit dat de medecursisten van andere bedrijven uit hetzelfde werkveld kwamen, zorgde ervoor dat men van elkaar kon leren.”
